Waar wonen in Spanje? Zo kozen wij ons zoekgebied
Een tijdje geleden vonden we dat eigenlijk best een duidelijk antwoord op de vraag waar we wilden gaan wonen Spanje! Tot we de kaart eens goed bekeken, heel mijn leven ben ik al tig in Spanje geweest, incl. de Balearen, maar wonen is heel wat anders dan paar weken vakantie.
Spanje is nogal groot en wij zoeken bovendien niet alleen een huis, we zoeken een plek waar we ons leven opnieuw kunnen opbouwen.
Waar we ruimte hebben voor een moestuin en fruitbomen.
Waar Ollie lekker buiten kan zijn.
Waar we onze eigen woning hebben, maar ook ruimte om uiteindelijk gasten te kunnen ontvangen.
Waar we privacy hebben en uitzicht op de bergen, maar niet zo afgelegen wonen dat een boodschap halen een halve dagtaak wordt.
En dan willen we ook nog zon.
En betaalbare huizen.
En voldoende water.
Maar geen wateroverlast.
Niet te veel bosbrandgevaar.
Een vliegveld in de buurt.
De zee op max 60 min afstand.
Een echt Spaans dorp.
En graag een beetje leven in de brouwerij.
Succes!
Langzaam veranderde onze zoektocht daarom van “waar staan leuke huizen te koop?” naar een veel belangrijkere vraag:
¨Waar is het leven dat wij voor ogen hebben eigenlijk mogelijk?¨
Eerst dachten we vooral aan klimaat
Dat we naar het zuiden willen, dat staat wel redelijk vast. Maar zelfs binnen Zuid-Spanje zijn de verschillen enorm.
Hoe meer we gingen zoeken, hoe minder interessant de gemiddelde temperatuur in juli eigenlijk werd. Dat het in grote delen van Zuid-Spanje in de zomer warm is, weten we wel.
Wij willen juist weten hoe het er in januari is.
Hoe koud worden de nachten?
Hoeveel regen valt er?
Heb je dagenlang grijze luchten of klaart het meestal weer op?
Ligt een huis hoog in de bergen of juist beschut? Ligt het op een zonnige zuidhelling of in een koude vallei?
En toen kwamen we vanzelf terecht bij iets waar we aanvankelijk nauwelijks rekening mee hielden:
microklimaten.
Een paar tientallen kilometers kunnen ineens een behoorlijk verschil maken.
Hoogte, bergen, wind, ligging ten opzichte van de zee en zelfs de kant van een berg waarop een huis staat, spelen allemaal mee.
Dat is ook een van de redenen waarom we juist in de winter willen gaan kijken.
Een streek die we in mei fantastisch vinden, zegt ons veel minder dan een streek waar we in januari rondlopen en denken:
Ja, hier zou ik de winter prima door kunnen brengen!

Toen kwam water
En dat bleek een hoofdstuk op zichzelf.
Voor het leven dat wij voor ogen hebben, is water ontzettend belangrijk.
We willen geen betegeld perceel met drie palmbomen.
We willen kunnen tuinieren.
Een moestuin aanleggen.
Fruitbomen.
Olijven.
Kruiden.
Ruimte voor kippen en ik wil ook heel graag geiten voor geitenkaas.
Dus een gebied waar water structureel een enorm probleem is, is voor ons minder aantrekkelijk.
Maar tijdens het zoeken ontdekten we de andere kant van dat verhaal.
Te veel water wil je óók niet.
We kwamen steeds vaker woorden tegen als rambla, arroyo en droge rivierbeddingen. Op foto's kan zo'n lager gelegen stuk grond er volkomen onschuldig uitzien. Tot er in korte tijd ontzettend veel regen valt en het water precies de route neemt die het al eeuwen neemt.
Daarom kijken we inmiddels heel anders naar een finca met “een rivier op het perceel” dan een jaar geleden.
Dat klinkt romantisch.
Maar tegenwoordig is mijn eerste gedachte ongeveer:
Waar loopt dat water als het écht regent?
We ontdekten het Spaanse Sistema Nacional de Cartografía de Zonas Inundables (SNCZI). Dat is de officiële kaart waarop onder meer overstromingsgebieden en waterlopen bekeken kunnen worden. Voor onderzochte gebieden zijn verschillende overstromingsscenario's beschikbaar.
Die gaat dus voortaan open zodra een huis serieus interessant wordt.
Met één belangrijke kanttekening: geen kleur op die kaart betekent niet automatisch dat een plek veilig is. Het Spaanse ministerie waarschuwt zelf dat nog niet alle overstromingsgevoelige gebieden volledig gekarteerd zijn.
Ligt een finca naast een rivier, arroyo of droge bedding, dan blijven we dus kritisch kijken.
Water willen we graag, maar liever niet door de woonkamer.
En toen gingen we ook naar vuur kijken
Daar hadden we in eerste instantie veel minder bij stilgestaan.
Want een finca midden tussen dichtbegroeide bergen?
Prachtig.
Tot je foto's en berichten over natuurbranden ziet en beseft dat datzelfde landschap in een droge zomer een risico kan vormen.
Dus kijken we tegenwoordig ook naar de omgeving van een huis.
Hoeveel begroeiing staat er direct omheen?
Is er ruimte rondom de bebouwing?
Hoe kom je van het terrein af?
Is er maar één smalle bergweg?
Ligt het huis midden in een dicht bebost natuurgebied?
Dat betekent niet dat we ieder groen gebied schrappen, integendeel, wij willen juist geen kale zandvlakte.
Maar ook hier zoeken we naar een balans.
Groen genoeg om te kunnen leven en tuinieren, open genoeg om het risico beheersbaar te houden.
Vervolgens kwam de prijs
En daar werd de kaart opnieuw kleiner én groter van.bAan de populaire kustgebieden kun je prachtige huizen vinden.
Alleen krijg je voor hetzelfde geld een paar kilometer verder het binnenland in soms ineens veel meer grond, meer privacy, bijgebouwen, olijfbomen en uitzicht.
En precies dát hebben wij nodig.
We zoeken niet alleen vier muren en een zwembad. We zoeken ruimte voor onszelf én mogelijkheden voor aparte gastenverblijven.
Een stuk grond van minimaal ongeveer 2.000 m², maar meer mag absoluut. Ruimte voor een moestuin en fruitbomen en zeker niet bij de buren op het terras kijken.
Tegelijk willen we niet al ons geld in de aankoop stoppen.
Er moet ruimte overblijven om een huis aan te passen, gastenverblijven te maken, een terrein op te knappen en ons nieuwe leven daadwerkelijk te beginnen.
Daardoor vallen sommige populaire kuststroken simpelweg minder gunstig uit, niet omdat ze niet mooi zijn, maar omdat wij daar relatief veel betalen voor precies de dingen waar wij juist méér van willen: grond en ruimte.

Maar goedkoop alleen is óók niet genoeg
Dat was weer de volgende ontdekking.Je kunt op Idealista een enorme finca tegenkomen voor een bedrag waarvan je denkt:
HOE DAN?
Tien slaapkamers, duizenden meters grond, olijfbomen, schuurtjes, een zwembad en dat voor minder dan een appartement in Málaga.
En dan ga je kijken waar het ligt.
Anderhalf uur van een fatsoenlijke stad, twee uur van een vliegveld, nergens een restaurant en de zee praktisch in een ander tijdperk.
Dan kan het huis nog zo goedkoop zijn, maar past de plek niet bij het leven dat wij willen.
Want we willen óók het echte Spanje
Dit is misschien moeilijker in cijfers uit te drukken, maar voor ons minstens zo belangrijk.
Als wij naar Spanje emigreren, willen we ook in Spanje wonen.
Een dorp met een bakker.
Een markt.
Een bar waar 's morgens mensen koffie drinken.
Een restaurant waar niet de volledige kaart in zes talen buiten hangt.
Feesten, tradities, Spaanse buren en gewoon het dagelijkse leven.
Toerisme vinden we niet erg, sterker nog: als we straks gasten willen ontvangen, is het behoorlijk handig wanneer er ook iets te beleven valt.
Maar we zoeken geen plek die buiten het vakantieseizoen half leegloopt of voornamelijk bestaat uit vakantieparken en buitenlandse urbanisaties.
We zoeken die combinatie:
authentiek Spaans leven én genoeg aantrekkingskracht voor bezoekers.
En dus kwam de B&B-bril erbij
Vanaf dat moment begonnen we ieder gebied met twee paar ogen te bekijken.
Zouden wij hier willen wonen?
En:
Waarom zou iemand hier vakantie willen vieren?
Dat tweede verandert ontzettend veel.
Is er mooie natuur? Kun je wandelen of fietsen? Zijn er leuke dorpen? Restaurants? Markten? Cultuur? Een natuurpark? Wijn? Bergen? Is de kust bereikbaar? Kun je leuke dagtrips maken?
Want een prachtige finca voor weinig geld is nog geen goede plek voor gasten.
De omgeving moet óók iets te bieden hebben.
Hoe ver is het vliegveld?
Nog zoiets waar je tijdens het fantaseren over een Spaanse finca niet meteen aan denkt.
Totdat je bedenkt dat familie, vrienden en toekomstige gasten er ook moeten kunnen komen.
Spanje heeft in en rond ons zoekgebied verschillende luchthavens, waaronder Málaga-Costa del Sol, Federico García Lorca Granada-Jaén, Almería, Región de Murcia en Alicante-Elche.
Voor ons is ongeveer 80 minuten rijden naar een bruikbaar vliegveld een mooie bovengrens.
Niet alleen voor gasten, ook voor onszelf.
Als we straks even naar Nederland moeten, willen we niet eerst een halve dag door Spanje rijden voordat we überhaupt in een vliegtuig zitten.
En de zee dan?
We hoeven niet aan zee te wonen, sterker nog: waarschijnlijk liever niet zelfs. Landinwaarts krijgen we meer grond voor ons geld en vinden we eerder de rust en privacy die we zoeken.
Maar ik wil ook niet zó ver landinwaarts zitten dat een dagje strand een complete expeditie wordt.
Daarom houden we ongeveer 60 tot 90 minuten naar de kust aan, dichtbij genoeg om 's morgens te denken zullen we naar zee? en het vervolgens ook gewoon te doen.
Onze ideale cirkel wordt dus steeds kleiner
Als we alles bij elkaar leggen, zoeken we ongeveer dit:
een dorp binnen 10–15 minuten, een stad binnen circa 20–30 minuten en een vliegveld liefst binnen ongeveer 80 minuten;
de kust binnen ongeveer 60–90 minuten, maar zelf liever landelijk wonen;
minimaal circa 2.000 m² grond, privacy, bergen of bergzicht en ruimte voor moestuin, olijf- en fruitbomen;
een eigen woning met voldoende slaapkamers én ruimte voor minimaal twee aparte gastenverblijven;
een legaal zwembad of een realistische mogelijkheid daarvoor;
milde winters, veel zon, maar voldoende water om het land productief te houden;
geen evidente overstromingslocatie, droge rivierbedding of onnodig groot natuurbrandrisico;
normale huizenprijzen, zodat er na aankoop ook geld overblijft om iets moois op te bouwen;
en een omgeving die Spaans voelt én interessant genoeg is voor toekomstige gasten.
Dat is nogal een boodschappenlijst, maar hij helpt enormWant ineens kunnen we naar een prachtig huis kijken en tóch zeggen: nee.
Niet omdat het huis niet mooi genoeg is, maar omdat de plek niet klopt.

En zo ontstond onze kaart
We hebben inmiddels uren kaarten bekeken.
Klimaatkaarten.
Idealista.
Afstanden.
Landschappen.
Huizenprijzen.
Water.
Bergen.
Kust.
Vliegvelden...
Gebieden kwamen erbij.
Gebieden vielen af.
Sommige kwamen daarna doodleuk weer terug.
Zo keken we bijvoorbeeld steeds serieuzer naar Murcia en Almería, maar kwamen ook delen van Granada, Málaga/Axarquía, Jaén en Córdoba nadrukkelijk in beeld. Aan de oostkant loopt onze zoektocht door richting het binnenland van Alicante.
Niet iedere vierkante kilometer binnen die enorme strook voldoet aan onze eisen.
Absoluut niet.
Dat is juist de volgende stap.
Binnen een interessante regio kan een huis op een zonnige helling fantastisch liggen, terwijl een huis een paar kilometer verderop onderin een dal of naast een rambla voor ons direct afvalt.
Onze kaart zegt dus niet:
hier moeten we wonen...
Hij zegt:
hier willen we gaan kijken....
En uiteindelijk kan geen enkele kaart dit voor ons beslissen
Dat vind ik misschien wel het leukste aan alles wat we inmiddels hebben uitgezocht.
We kunnen ontzettend veel voorbereiden, op Idealista duizenden huizen bewaren en weer verwijderen.
Maar één ding kunnen we vanuit Nederland niet onderzoeken.
Hoe een plek voelt.
Misschien rijden we straks een gebied binnen waar op papier werkelijk alles klopt en denken Hen en ik allebei: Nope!
En misschien rijden we door een dorp waar we vooraf nauwelijks aandacht aan hebben besteed, zien we een pleintje, een paar oude mannen voor een bar, olijfbomen tegen de bergen en kijken we elkaar aan:
Ja, hier!
Daarom gaan we straks niet alleen huizen zoeken, we gaan eerst onze plek zoeken, het huis komt daarna...
Spanje kent ook extreem veel illegale huizen en gebouwen op een erf, dat is wel een uitdaging, deze blog komt een andere keer!



Opmerkingen